zondag 29 december 2019

29 december

"Er was eens een jongen. Met krullen. En sproeten. Een hart van peperkoek en honingglans in de ogen. Zijn geest was oud en zijn verstand van kwikzilver. Hij bestond zonder vader. Zonder een moeder. Maar met een opa die hem op handen droeg. Door de kamers van zijn oude huis. Ze staarden dan samen door de vensters op de wereld en droomden die als in de boeken van lang gestorven schrijvers. Warm, wijs, kleurrijk en met happy ends. Op het einde dag belandde de jongen steevast in de bovenste lade. Van opa. Van opa’s ladenkast. En de jongen wist zich daar thuis...."
(deel 1)



Pubers moet je wel de les spellen
en vragen bij de les te blijven
als ze plots ouderlijk gezag
met een lange a gaan schrijven.


"Telkens ik moet poetsen,
  begin ik bij voorkeur met de plaat."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten