dinsdag 31 maart 2020

1 april

Voorspel

De akker klaar maken om te zaaien.


Vaak zijn wij als konijnen
Haasjes-over in verdwijnen
Maar is de tijd echt rijp
dan komen we uit ons pijp.

Gedenk vanavond eens misschien
elk eitje dat nog eenzaam wacht
buiten in de koude voorjaarsnacht
omdat het door niemand werd gezien.

What's in a name
Na Ward voelde ze zich
nu ja u weet wel, ...
en bij Jos en Charel
was ze pas echt...
Maar nu met Luk
lijkt het alsnog...

Hij lag er verlaten bij
langs de weg die
hij was kwijtgeraakt.
Luisterend naar de droom
die hem ooit zoveel zei,
was hij na een nachtje
met zichzelf bijgepraat.


Me and the sun
Further no-one
That’s how it begun
And it will end that way
But until that day
I hope you will stay




31 maart


une prise =
une prise de courant
une surprise = deux doigts dans une prise de courant.


Het lijkt alsof
mijn leven
het beste gedijt
in door volk omringde
eenzaamheid
Zelden alleen
vaak apart,
Zelden een
met een tweede hart.
Ongewild en ongekund
onverschillig of onverdund
blijf ik warse wegen gaan
en zie mezelf buiten staan.
Buiten waar ik bij wil zijn
gevangen in
la condition humaine.


Het gapend gat
dat ik het beste ken,
is mijn mond als ik aan het geeuwen ben.

1.
De klok tikt geduldig
tot de dag aanbreekt
als een eitje. Zachtgekookt
en gelig aan de horizon.
Vanachter hippieharen en
en bloemetjesgordijnen ziet
ze de lucht openklaren terwijl ze
haar dikke buik streelt
die weldra zal verdwijnen.
De haan en het kind naast
haar kraaien elk op hun manier.
De ene met veel misbaar, het
andere van plezier. Ze zucht
warme lucht in de oren van de
jongen die eerst is geboren en
die ze al haar liefde schenkt. Maar
het werk wenkt en de tijd dringt. Dringt
zich op, non-stop, zodat ze gehaast het
bed uitglijdt. Ze maakt zich op en
het ontbijt terwijl haar man zich enkel
aan zichzelf wijdt. Buiten uit de lente
zich al warm en met de jongen op haar
arm verlaat ze de straat waarin wel
hun huis maar geen thuis staat. De
jongen loopt school en zij door richting
ziekenhuis waar ze in een snit
van maagdelijk wit haar zorgen in zorgen
omzet. Een zwangere engel die verpleegt
en troost aan elk ziektebed. Tot plots
haar buik verhardt, de mallemolen
van nieuw leven start en alles
wijken moet. Daar ergens
halverwege spoed, met de
jeansbroek ter hoogte
van de knie, is het dat ik
mijn eerste daglicht zie.

Mevrouw Homans is eerder voor vrije meningssluiting, me dunkt.

Kind van een moeder. Moederskind.
Was jij dat ooit van iemand?
Ik ben het alleszins van jou.
Nooit was ik echt alleen, of onbemind.
Mijn hoofd zocht je schoot, mijn hand je hand
en steeds werd er op mij gewacht, hondstrouw.


Dag mevrouw
Dag meneer
Alles goed met jou?
Ja, het mag dus meer
Meer zon en dieper blauw?
Dat hoeft nu niet zozeer
Meer durf en minder berouw?
Dat ware nog ‘ns een ommekeer.
Ok, laat die aap maar uit de mouw!
Gewoon meer van hetzelfde voor een keer

Een knuffel
van mijn zoon,
hoe schoon
hoe wonderschoon
is dat.
Met twee armen
om mij heen
streek hij
in mij
de stekels
plat
en gaf gul
zijn vrolijkheid
te leen.

Eens liep een jongen verloren
Dus vroeg hij braaf de weg
Een man bromde:
Jij bent hier niet geboren
Ga jij dus maar naar rechts
Een vrouw zuchtte:
Maar hij heeft toch iets flinks
Jongen, jij gaat beter naar links
De jongen liet hen kibbelend staan
en is gewoon wijs rechtdoor gegaan
Hij dacht: al dat links en rechts
werkt op den duur maar averechts
Man en vrouw staan er nu verloren
elkaar tot hun gelijk aan te sporen.

Hij kwam in aanraking
met het gerecht
maar slikte het door
als een bittere pil.

maandag 30 maart 2020

30 maart

Na de waan
van de dag
komt de maan
in de nacht
lacht
in volle duister
en maakt de luister
van overdag
ongedaan.

De golf

De dag van nadien
van alles voorbij
van gehad en gezien
en het wijkende blij.
De dag na geluk
nooit volmaakt maar bijna
is een bloem na de pluk
sterven zonder gena
De dag zo gevreesd
zwart en stil als de zaal
is een redeloos beest
vreet alles weer kaal
De dag van nadien
is een dag vol gemis
naar wat zich even liet zien
en alweer vervlogen is.

Het is weer die tijd van het jaar
dat de klokken van Rome het paashazenpad kiezen.

Als vaders moesten weten van aanpakken,
dan was het wel pragpatisch.
Moeders zijn toch ook nooit mathetisch.

Spreken is zilver
Zwijgen is goud
Schrijven voor wie
van de gulden
middenweg houdt.

Een mallemolen is niet gek maar hij kan het je met één slag wel maken. Doch dit terzijde.

Hopla
Gewoon even buitenspelen
buiten de lijntjes van het spel
Niks mis met creatief vervelen
Ontsnap eens uit de carrousel
Gezond verstand lijkt gehackt
te weinig lucht te veel geblaat
Politiek is nooit politiek correct
Pik gewoon weer op die draad
Luister naar de wind die raast
Kus je kinderen op hun hoofd
De schildpad is nooit gehaast
omdat zij in haar doel gelooft.



zaterdag 28 maart 2020

29 maart

Ik wist niet wat ik zei
Maar ik wist wel waarom
Het kwam van diep in mij
maar voor jou was het dom
Ik zei dat jij mocht gaan
Dat meer lijden niet hoeft
Dat je alles al hebt gedaan.
En toen zweeg jij bedroefd.
Tot: Je weet niet wat je zegt
uiteindelijk de stilte doorbrak
Ik kreeg het je nooit uitgelegd
Er was geen plaats voor zwak.


Waar een wil is is een weg,
is wel een probleem als ik hem weg wil.

Als ze in haar herfsthumeur is
neemt ze geen blad voor de mond
boomt ze door tot aan de duisternis
maar is daarna mentaal weer gezond.


Mijn zoon en ik, wij dansen
om ter gekst maar in de maat
Wij zijn als Janssen en Jansen
slapstick die in de diepte gaat.

Soms kan ik mezelf missen
spalt ik vol misbaar in twee
als branding in ‘t ongewisse
behoor ik 't strand of de zee

Kijk zoon,
De aarde is rond
maar niet helemaal
De mensen zijn goed
maar niet allemaal
De wereld is wonderlijk
maar oogt vaak banaal
Je hart spreekt tot jou
maar in een andere taal
Ja zoon,
Veel lijkt eerst eenvoudig
maar blijkt dan paradoxaal
Het leven is jammergenoeg
maar ook gelukkig
altijd een ja-maar-verhaal.

28 maart

Altijd tekort
Altijd te weinig
Woorden onkrachtig
tegen onveilig.
Nooit genoeg
Nooit toereikend
Jij die niets vroeg.
En ik weg van je kijkend.
Tussen altijd en nooit
wordt door onmacht
zout in wonden gestrooid.
Jij lijdt en je lacht.


Moe van het in mijn eigen schoenen staan
heb ik ze ooit eens hoogmoedig uitgedaan
en stelde vast, ontsteld en heel verbaasd,
Da's erger want dan loop je er dus naast.

Niet dat ik nooit een das zal dragen,
maar verder dan Adidas moet dat toch niet gaan.

Alles
wat ik
over jou
schrijf,
kan ook
in één
woord:
blijf.

Druppelsgewijs
kwam het besef
dat het regende
en de zon ons
weer eens negeerde.
Straal.


Wensje voor ons allemaal
Ergens
tussen
de waan
en de waanzin
van de dag,
valt een pad
te gaan
dat aanzien
winnen mag.


vrijdag 27 maart 2020

27 maart

Moe moe moe
Mijn ogen vallen toe
Mijn dromen vallen open
voor ik goed en wel
in bed ben gekropen.
Moe moe moe
Ik trek mijn luiken toe
tot ik weer volgelopen
aan de slag kan
met op het beste hopen.

Kom je als masseur graag aan de bak,
leer je best de kneepjes van het vak.

Zullen we
hier en nu
het doen?
Verleden en kleren afleggen
het fatsoen opzeggen
en ons verliezen in een zoen?
Zullen onze lippen
elkaars verlangen aanstippen
voor de toekomst toekomt
en zegt dat het niet kan
omdat jij mijn vrouw niet bent
en ik niet jouw man?
Zullen we
één verdwazing lang
elkaar vervullen en zo onthullen
wat ons drijft tot die samenhang?
Zullen we?


Aandacht
is een kracht
die alles groeien doet
Focus dus op het goede
Da's beter voor het gemoed.

’t Is goed voorbij de eigen navel te kijken
nog even voor het slapen gaan
En te zien hoe ziekte en verdriet moet wijken
Voor zij die voor het leven blijven openstaan

donderdag 26 maart 2020

26 maart

Dat ik op een dag niet meer zal zijn
weet ik, maar kan ik niet begrijpen
Misschien is leven zoals goede wijn
en moet dat besef langzaam rijpen.

Hoewel mijn leerlingen in de klas geen pet mogen dragen,
slagen ze er toch in om er ferm met hun pet naar te gooien.

Waseend
Er was eens
een waseend
die altijd bad in bad
Dat ze ooit eens
als een badeend
een echte functie had
Maar nooit eens
werd gehoor verleend
en in haar gat zit nu een gat
Ja, er was eens
een waseend
en die werd het bidden zat
Zij treurt nu om het gat
waarop ze ooit te bidden zat.

Gedichten is een contaminatie van gedichte gedachten.

woensdag 25 maart 2020

25 maart

Ik ben veel te aantrekkelijk.
Ik trek mij altijd alles erg aan.
was ik dat wat minder, het
zou ook in de liefde gaan.

Zij heeft haren
als gordijnen
waarachter ik
mee wil verdwijnen
maar als ik haar
ogen zie verschijnen
wordt snel duidelijk
het zijn de hare
niet de mijne.

Als ik met mijn mond vol tanden sta,
is al vaak gebleken dat ik nog moeilijk eentje kan bijsteken.



dinsdag 24 maart 2020

24 maart

Wiskunde of kunde ni en dan is een straal gewoon twee keer pi.

Kind leest de lente
onder de rijm in de wei
en roept schalks Hi koe

T.
Ik vraag jou om te spelen
om zin te krijgen in taal
door de zinnen te verdelen
en braaf doe je 't allemaal
Maar nu je persoon zich vormt
is er een voorwerp van lijden
waardoor alles in jou stormt
Het belast toekomende tijden
Je taalt nu erg om je moeder
die haast zonder woorden valt
Welk onderwerp ik je ook voeder
je blik wordt tot haar versmalt
Ik zoek het volmaakte deelwoord
om je verhaal een punt te geven
Want ik heb je hulpvraag gehoord
en moet net als jij zonder leven
Ooit zal de taal je kunnen dragen
die je van haar geschonken kreeg
biedt ze antwoorden op je vragen
Tot dan klinkt ze lettergrepenleeg.


maandag 23 maart 2020

23 maart

Ik wist niet goed welke bloemen te schenken, maar toen kreeg ik een orchidee.

De taxidermist was niet erg opgezet met zijn werk, maar zijn werk wel.

Ik val niet graag.
Ik val niet graag.
En al helemaal
niet in herhaling.
Maar ik neem
wel graag.
Ja, ik neem
wel graag.
En het liefst dan
in de maling.
(2x)
 
Geen wroeging over vroeger.
Geen spijt over tijd.
Alleen genoeg genoegdoening
en voortdurende bereidheid.
 
MM
Alles aan jou
krult en klatert
smult en schatert
je stem je haren
je gulle gebaren
met ogen die vragen
en voeten die wagen
 
Je leeft, je geeft
van binnenuit
van onder je huid
Je bruist en sprankelt
tot iets in jou verhuist
en je plots wankelt
 
Dan stok je
hapert het klokje
een tel een dag
tot een bel vol lach
in je borrelen gaat
en het wolkendek
aan diggelen slaat.
 
Alles aan jou
is reiken
voorbij de regen
kijken
voorbij het tegen
Je bent mijn engel
uit de hemel gekregen,
die de haperende
lichtheid al kent,
maar nog niet
laat wegen.