De aarde draaide richting zon zodat voor de man een nieuwe dag begon. Kil en koud en met beperkte horizon. In het aanpalend kreupelhout werd net een gevecht beslecht om een vrouwtjes bonte specht. Of zoals de man cynisch fantaseerde over het toekomstige hoederecht. Hoe de man ook probeerde, het gif zat in zijn bloed en beïnvloedde voorgoed wat hij dacht. De dag was slechts een struikeling richting nacht. Waar heden en verleden aan stukken werden gesneden tot spijt. Over bewezen zwakheid en schijnbare onomkeerbaarheid. Hij zuchtte en kreunde. Stond recht en steunde tegen een stam die hem zonder beweging te hulp kwam. Vleugellam en met spieren vol pijn vroeg zich af waarmee hij toch bezig kon zijn. Had hij nu echt geloofd dat verdwalen het malen in zijn hoofd kon verslaan? Dat het hielp de weg naar de bron af te gaan? Hij lachte om die gedachte en dat deed hem deugd. Zelfspot was een genot dat hem altijd al het meest had verheugd. Met een grimas zette hij pas richting de beek waar hij naar zichzelf keek en in een oogopslag wist: van deze man wordt niet gehouden, deze man wordt niet gemist.
Wanneer leren de bol.coms van deze wereld eens out-of-the-boxdenken.
Vele woorden klinken obsceen
maar zij beroeren mij nooit erg
Toch snijdt er één door me heen
Het uitgebeende woordje: merg.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten