dinsdag 31 maart 2020

31 maart


une prise =
une prise de courant
une surprise = deux doigts dans une prise de courant.


Het lijkt alsof
mijn leven
het beste gedijt
in door volk omringde
eenzaamheid
Zelden alleen
vaak apart,
Zelden een
met een tweede hart.
Ongewild en ongekund
onverschillig of onverdund
blijf ik warse wegen gaan
en zie mezelf buiten staan.
Buiten waar ik bij wil zijn
gevangen in
la condition humaine.


Het gapend gat
dat ik het beste ken,
is mijn mond als ik aan het geeuwen ben.

1.
De klok tikt geduldig
tot de dag aanbreekt
als een eitje. Zachtgekookt
en gelig aan de horizon.
Vanachter hippieharen en
en bloemetjesgordijnen ziet
ze de lucht openklaren terwijl ze
haar dikke buik streelt
die weldra zal verdwijnen.
De haan en het kind naast
haar kraaien elk op hun manier.
De ene met veel misbaar, het
andere van plezier. Ze zucht
warme lucht in de oren van de
jongen die eerst is geboren en
die ze al haar liefde schenkt. Maar
het werk wenkt en de tijd dringt. Dringt
zich op, non-stop, zodat ze gehaast het
bed uitglijdt. Ze maakt zich op en
het ontbijt terwijl haar man zich enkel
aan zichzelf wijdt. Buiten uit de lente
zich al warm en met de jongen op haar
arm verlaat ze de straat waarin wel
hun huis maar geen thuis staat. De
jongen loopt school en zij door richting
ziekenhuis waar ze in een snit
van maagdelijk wit haar zorgen in zorgen
omzet. Een zwangere engel die verpleegt
en troost aan elk ziektebed. Tot plots
haar buik verhardt, de mallemolen
van nieuw leven start en alles
wijken moet. Daar ergens
halverwege spoed, met de
jeansbroek ter hoogte
van de knie, is het dat ik
mijn eerste daglicht zie.

Mevrouw Homans is eerder voor vrije meningssluiting, me dunkt.

Kind van een moeder. Moederskind.
Was jij dat ooit van iemand?
Ik ben het alleszins van jou.
Nooit was ik echt alleen, of onbemind.
Mijn hoofd zocht je schoot, mijn hand je hand
en steeds werd er op mij gewacht, hondstrouw.


Dag mevrouw
Dag meneer
Alles goed met jou?
Ja, het mag dus meer
Meer zon en dieper blauw?
Dat hoeft nu niet zozeer
Meer durf en minder berouw?
Dat ware nog ‘ns een ommekeer.
Ok, laat die aap maar uit de mouw!
Gewoon meer van hetzelfde voor een keer

Een knuffel
van mijn zoon,
hoe schoon
hoe wonderschoon
is dat.
Met twee armen
om mij heen
streek hij
in mij
de stekels
plat
en gaf gul
zijn vrolijkheid
te leen.

Eens liep een jongen verloren
Dus vroeg hij braaf de weg
Een man bromde:
Jij bent hier niet geboren
Ga jij dus maar naar rechts
Een vrouw zuchtte:
Maar hij heeft toch iets flinks
Jongen, jij gaat beter naar links
De jongen liet hen kibbelend staan
en is gewoon wijs rechtdoor gegaan
Hij dacht: al dat links en rechts
werkt op den duur maar averechts
Man en vrouw staan er nu verloren
elkaar tot hun gelijk aan te sporen.

Hij kwam in aanraking
met het gerecht
maar slikte het door
als een bittere pil.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten