De ochtend heeft zich al even uit zijn ledikant gehesen en ik loop me het zweet uit de poriën. Langs de kant van de weg ligt een muis. Ik maak een denkbeeldig kruis want over zijn bestaan heeft iets of iemand anders dat reeds gedaan. Wat verder dobbert een zwaan en zoekt naar de zin van haar bestaan met de kop diep onder haar vleugels. Soms is het daar wel degelijk te vinden. Diep in jezelf kijken en daar ligt het dan met een air van ‘Hé ik lig hier al een eeuwigheid hoor, domoor!’. Maar vaker rechten we onze nek zwaangewijs en varen het volle leven tegemoet. Dat laatste was een grapje. We laten ons vooral mee stromen en kiezen wat we denken dat we horen te kiezen. Nu ja, meestal kiezen we om niet te kiezen. Om anderen te laten kiezen. Uit vriendelijkheid. Soms. Uit een gebrek aan moed. Vaker. Want nergens zo’n hekel aan als aan verliezen. En als dat verliezen komt door de keuze van anderen, is dat dragelijker. Door een ander en de natuur te laten kiezen heb ik dan weer drie kinderen. Drie superlatieven. Drie wonderen waar ik direct voor zou kiezen. Maar da’s dus praat achteraf. Dat jij een ik vrienden werden was geen keuze. Dat overkwam ons. Twee zielen die voor elkaar vielen. Maar soms ook over elkaar. Gewonde mensen slaan stoemelings nieuwe wonden. Dat we toch vrienden bléven, was dus wel een keuze. Aan het aantal vrienden te zien, heb ik die keuze slechts weinig gemaakt. En omgekeerd veel anderen ook. Of ze lieten net zoals ik de keuze liever aan de ander. Ondertussen trap ik op mijn adem en bonkt mijn hart dat ik gek ben. Dus ik muis er maar eens vanonder. Soms kiest het lichaam.
Steeds lichter in het hoofd, verdoofd door een hongerig lichaam dat noodgedongen zichzelf berooft, vorderde hij traag langs de beek die hem eindeloos leek. Zijn gedachten werden altoos week terwijl hij zelfmedelijden als stroop door zijn aderen voelde glijden. Misantroop sinds de dag dat alles voor hem openlag maar ook weer onbarmhartig werd verwoest en hij van mens-zijn niet meer weten moest. Zelfhaat en haat tegen het lot werkten in hem als betonrot dat al sloopt wat ooit als onoverwinnelijk was gedoopt. Zijn verstand wilde wel naar overkant. Rap, slechts één blinde stap, maar zijn benen schenen onder hem verdwenen. Het zou dus moeten op handen en voeten wilde hij de bron bereiken die net als de horizon nu eens nabij leek en dan weer ging wijken. De man liet de zon in zich stromen die laag tussen bomen hing als een ultieme verleiding om nog vooruit te komen. Traag kroop hij over de takken en de ongemakken heen tot het licht uit de lucht verdween en uit zijn ogen. Gebogen en gekraakt legde hij zich naakt op het koele, tedere mos en liet los.
Domino
Sommige mensen
hebben alles zo
netjes op een rij,
dat je denkt:
één onverwachte tik
en het is allemaal voorbij.
hebben alles zo
netjes op een rij,
dat je denkt:
één onverwachte tik
en het is allemaal voorbij.
Lentefever
Spring
in de lente
met een air
vol love
Dolce far
niente
en free
like a duif.
in de lente
met een air
vol love
Dolce far
niente
en free
like a duif.
Mijn neef is een nicht
en mijn nicht een teef.
en mijn nicht een teef.
(doch dit alles terzijde)
Lassie
Lassie
Geen opmerkingen:
Een reactie posten