dinsdag 20 oktober 2020

20 oktober

 Beste trouwe lezer,

Geen idee wie u bent, maar bedankt voor het trouw volgen van deze blog. Ondertussen heb ik echter mijn facebookaccount afgesloten. Zodoende zal ik geen nieuwe facebookdagen kunnen posten. Misschien hervat ik het later weer, misschien ook niet. 

Veel leesplezier elders en warme groet,

Pieter

zondag 18 oktober 2020

19 oktober

 


































18 oktober

 Een man met baard en lange haren

zat in de aula chemie te verklaren
aan een meisje hongerig om weten.
En na een halfuurtje samengezeten
waren in haar ogen lichtjes aangegaan
gaf zij zin aan zijn onderwijsbestaan.


In de herfst
nemen bomen
geen blad meer
voor de mond.
Dan tonen ze
naakt en trots
hoe de natuur
verstomt.
Hoewel de mens
zich het liefst
zo lang mogelijk
vermomt,
wordt elkeen
in zijn herfst
gelijkaardig
weggegomd.




























zaterdag 17 oktober 2020

17 oktober

 Wie schrijft, die blijft ... kwetsbaar. Door de woorden die geen echo kennen. Ergens landen in onverschilligheid of in onbegrip. Of net door de woorden die je naakt aan de lezer hebt voorgelegd en dan lachend weerkaatst worden. Een holle, bolle spiegel die de ziel uit je woorden haalt. Schrijven is de deur openzetten, als uitnodiging, om binnen te komen in je denken, in je kijk op de wereld of gewoon te genieten van hoe je woorden als meubels hebt herschikt tot een ontluisterend geheel. Schrijven is wachten tot iemand zich binnenleest en hopen dat die iemand er zich thuis voelt. En zijn voeten veegt. Maar niet aan jou. Schrijven is transparant worden. Een tekst lang. En hopen dat het laatste punt niet het einde betekent. Maar het begin van een nieuw verhaal. Dat jij even mag binnenkijken in de kwetsbaarheid van een ander. Dat de ander terugschrijft. En je zo samenblijft. In sterke kwetsbaarheid.


























Mag ik jou eens één keer spinnen,
vroeg een kater aan een schaap.
Zie het als een soort beminnen,
een jou ontrafelen in mijn slaap?
Het schaapje knikte heel vereerd
en schonk hem spontaan haar wol
Op die dag heeft de kater geleerd:
van poëzie snapt schaap geen hol.






























vrijdag 16 oktober 2020

16 oktober

 










Verrek, klaagden mijn leerlingen,
waarom zijn verrokken en kloegen
geen standaardtaal?
Ik vond het tof dat ze dat vroegen
maar heb het antwoord toch maar gerokken
ik bedoel gerekt (bijna mezelf genekt)
tot aan het belsignaal
terwijl ik hen ijdel
zweerde, zwoer, zwoor
Hier komen we zeker
nog op terug, hoor.


De audiocasette is weer hip. Nu ja, laat die weer maar vallen. In de analoge jaren van mijn leven was de casette vooral een bron van gefoeter en geploeter. De recorder ging al eens door het lint. Sommige nummers zitten voor eeuwig halverwege afgebroken in mijn geheugen. Of kregen een slepende versie als er rek op het lint kwam. En toch verdient dit kleinood een ode. Een ode aan de imperfectie. Een ode aan het ongemak. Het was tijdrovend genot om je eigen soundtrack bij je jeugd samen te stellen. Elk nummer dat de casette haalde, had dat verdiend. Had jou eerst veroverd. Met de traagheid waarmee een casette tot stand kwam, sloop er ook liefde in dat rare dingetje met twee ogen. Minutieus zocht ik dan ook nummers uit om meisjesharten te veroveren. Hoeveel heb ik er geschonken in de hoop dat iemand even diep wegzonk in de muziek als ik. De onwrikbaarheid van het medium zorgde ervoor dat ik de eerste noten van een volgend nummer al kon horen terwijl het vorige nog speelde. De herhaling maakte dat nummers de kans kregen om onder mijn huid te kruipen. Levenslang. En op het einde was er dan een doffe, droge klik. Ofwel sliep ik dan ofwel draaide ik de cassette om. Opnieuw en opnieuw. Het verlangen naar herhaling van zelfgekozen schoonheid en zijn beperkingen maken de cassette hip. Het leven is geen shuffle. Het is herhaling en op het einde een droge, korte klik.















Drie jaar geleden
was ik boos
en machteloos
omdat kanker
ook jouw lichaam koos
om te groeien
en te snoeien in
het geluk en het leven
dat je eindelijk was gegeven
na jaren van wroeten en moeten.
Drie jaar geleden
is het dat ik hoopte
tegen beter weten in
dat hoewel iets jou
van binnenuit sloopte
dat dit geen einde zou zijn
maar een nieuw begin
waar verdriet en pijn
zouden gevolgd worden
door een louterende zin.
Nu drie jaar later
zoek ik jou in zonlicht
en zwijgzaam water
in alle schoonheid die
mij omgeeft en
in wat van jou in mij
en mijn kinderen voorleeft.
Nu drie later
staat er ergens
op een pot in een nis
jouw naam en mijn gemis
en voel ik me moederzieler
alleen dan ooit
alsof sinds jij verdween
mijn blik zich onherroepelijk
naar binnen plooit.






Ik werd week
in zeven dagen.
Zeven nachten
was ik van streek.
Maar toen bleek
dat de tijd me altijd
hetzelfde zou vragen,
heb ik me
diep beschaamd
tot verduring
aangemaand.




Wat een lichte dag vandaag
herfst met een zomerlaag
overal blauw en koolzaadgeel
rijstpaplust en een vleug kaneel
blote vrouwenkuiten op de fiets
we draalden buiten, moesten niets
Ellende was er ook in alle streken
maar daar heb ik bewust
eens naast gekeken.


Machteloos boos
Plots is daar weer het huilen
ben jij moeder en ik het kind
dat in jouw armen wil schuilen
tot het daar vertroosting vindt
Maar je kan mij niet beschermen
tegen het onheil dat ons bedreigt
Wie moet zich over wie ontfermen
nu het geluk in alle talen zwijgt
Het verleden hebben we overleefd
niet ongeschonden maar vol hoop
dat wie het beste van zichzelf geeft
ooit meester wordt van zijn levensloop
Maar het noodlot slaat zijn gaten
maakt ons tot vogels voor de kat
dwingt ons de illusie los te laten
dat we het ergste al hebben gehad
Ik wil een man zijn die kan dragen
wat onvermijdelijk te wachten ligt
om wiens armen jij nu mag vragen
terwijl jij moedig jouw strijd verricht

donderdag 15 oktober 2020

15 oktober

 In het dorp van mijn jeugd

gaat alles zijn gang
slaat de slager nog zijn slag
preekt de pastoor over deugd
en maakt lichtgelovigen bang.
In het dorp van mijn jeugd
loopt nieuwe jeugd school
boeren de boeren achteruit
raken akkervogels op de dool
is er altijd wel een nering die sluit.
In het dorp van mijn jeugd
floreren de roddels als vanouds
liggen mijn littekens op de macadam
heeft elke lelijkheid iets vertrouwds
en klinkt de echo van een toekomst
die ook al in mijn tijd niet kwam.
In het dorp van mijn jeugd
moet er groen wijken voor wijken
dromen mensen ver weg van de stad
hoe ze rust en vrede kunnen bereiken
een gevoel dat ik er maar zelden heb gehad.
In het dorp van mijn jeugd
loop ik langs mijn herinneringen heen
zoek er de ziel van eenvoud lang vervlogen
die samen met mijn grootouders verdween
en besef: dit dorp heeft mij nooit gemogen.


Koppig en naïef. Een oude man vatte mij ooit in die twee woorden. Toen was ik beledigd, nu niet meer. Waarschijnlijk had de man gewoon gelijk, maar was ik te koppig om dat toe te geven. Te naïef om in te zien dat de mens ook maar een dier is dat voor zijn eigen nest vecht en daarvoor desnoods de eieren uit andermans nest kegelt. Ondertussen ben ik ouder maar niet wijzer. Tot mijn vreugde en verdriet zie ik de koppigen en naïeven enkel toenemen. Als laatste alternatief tegen beter weten in. Want naïef zijn betekent niet dat je dom bent. Naïef zijn betekent voor mij vaak dat je gelijk hebt, maar dat je het niet zal krijgen. Omdat het niet past in een economische logica, in een machtslogica die niet maalt om morele waarden waarmee de mens zo graag schermt om zijn superioriteit op deze planeet te bewijzen. Naïef zijn is geloven dat we ook kunnen kiezen om te leven naar het beeld dat we hebben over goed en kwaad. Dat we als mens krachtig en koppig genoeg zijn om het juiste te doen om het hier op aarde voor iedereen tot een fijne plek te maken. Dat we krachtig en koppig genoeg zijn om ons korte-termijnegoïsme te doen zwijgen. De geschiedenis bewijst natuurlijk ten overvloede dat het naïef is om zoiets te geloven. Maar kijk vanavond toch maar eens naar het journaal en tel de naïevelingen en de koppigen. Ze zijn met velen. En ik blijf fier één van hen.




















woensdag 14 oktober 2020

14 oktober

 Toen de leerkracht me vroeg

een wiskundig raadsel te ontcijferen,
schrapte ik netjes alle getallen.
Maar daarna kwam een nul
alsnog de pret vergallen.


De ochtend hult zich nog in het duister als ik richting badkamer strompel. Lichte voetjes trippelen de trap af en komen op de mijne staan. Een hoofdje kroelt zich tegen mijn buik terwijl twee armen mij in een stevige greep nemen. Van mij mag Doornroosje zich nu prikken zodat we zo voor 100 jaar verstillen. In haar hoofdje zitten er vlinders. Gedachten vol verlangens die alle richtingen uitfladderen. Het bos trekt haar en de belofte van een heerlijke week tussen klasgenootjes en leerkrachten die nog goden zijn. Een week weg van huis. Haar armen knijpen wat ze nodig heeft uit mij. Liefde om vleugels mee te maken om uit te vliegen. Moed om de moeilijke momenten te overwinnen als het feestgedruis, dat haar leven nog is, even gaat liggen. Mijn zegen om ten allen tijde zichzelf te mogen zijn. Zachtjes mompelt ze tegen mijn buik dat ze me zal missen. Ik kus haar kruin ten antwoord. Niet half zoveel als ik jou betekent dat. Ik weet dat zij dat weet. Even later zijn haar armen verdwenen, krijgt mijn buik het koud en hoor ik dansende voetjes achter mij wegdeemsteren. Het bos mag zich opmaken voor een elfje. Aards en verheven. Geworteld en met het hoofd in de wolken. In de badkamer was ik de tranen uit mijn ogen. Dauw voor morgen op haar boswandeling.


Ik heb twee handen
eentje om te geven
en een om te nemen
Het leek mij geen schande
om je ziel bloot te geven
aan zij die het goed menen
En dus was er één hand die gaf
en één die vroeg, kleintjes en laf
om gunsten voor mijn streven
iets kleins, liefs, mij om het even
Ik heb twee handen
een die voluit gaf
en een die minder kreeg.
Beide handen
zijn nu leeg.



Hij had het helemaal verkorven
en zoals verwacht ferm verbruid.
Maar ja, gratie zo snel verworven
ben je als de wiedeweerga weer uit.
























HET VERBRUID HEBBEN
er zelfs op je trouwdag in geslaagd zijn je vrouw te ontgoochelen

dinsdag 13 oktober 2020

13 oktober

 









Morgen klassenraad. De onderwijzen strooien dan wijsheden, aanvoelen, een tikje frustratie en goede raad in een vakje. Ze raden naar het potentieel van elke klas. Ze nemen een matrix ter hand en schuiven elke leerling eroverheen, houden hem tegen het vage daglicht dat het klaslokaal binnenvalt en proberen hem in woorden te vangen. ALTIJD BEGINNEN MET IETS POSITIEF! En NOOIT MAAR GEBRUIKEN (want dat breekt het voorgaande af). Maar dat is best lastig want er is altijd wel een maar die er wel degelijk toe doet. Die knaagt aan het positieve dat de leerling bezit en hem verhindert om echt te kunnen schitteren. Als klasgenoot, als lerende, als jongere in een ontluikend puberlijf. Morgen dus klassenraad. Mijn eerste als titularis. Dus leg ik mijn oor te luisteren bij collega’s en de echo’s die de leerlingen in mij hebben achtergelaten en ga op zoek naar de woorden om aan mijn leerlingen terug te geven. Woorden waarmee ze verder kunnen schrijven aan hun verhaal binnen onze school. Woorden die hen de moed geven om met de maar, die niet mag uitgesproken worden maar die ze zelf ook wel voelen, aan de slag te gaan. Woorden van mensen die er soms ook maar het raden naar hebben, maar altijd gemeend en vanuit een positief verlangen. Buiten schijnt de zon met een air alsof het lente is. De kans is groot dat dat zich zal weerspiegelen in mijn woorden. Klassenraadcommentaar voor zondag 13 oktober: Je bent kleurrijk met een zonnig karakter en een warme persoonlijkheid die aandacht heeft voor de verlangens van iedereen rondom jou. Maar 24 graden is echt wel overdreven! Probeer daar tegen volgende keer wat in te matigen. Die ‘maar’ moet ik er wel nog uit krijgen. Toch wens ik al mijn leerlingen een welbevinden van 24 graden in de herfst die een school soms voor hen kan zijn.


Ze is gelukkig
want haar ogen
staan open
als bloemen in bloei
en een ogenblik lang
blikt ze mij in
herschikt ze mijn kijk
tot alles rondom
vloeibaar lijkt.
Ik ben een gelukkige
dochter rijk.


Hij laat de boomblaadjes tollen
wordt krachtig door op te steken
doet speels meisjesrokken bollen
Jaja, de wind heeft veel streken













Je stem klonk goed en licht van toon
daar in het grijze gasthuis op de berg
Zo eindigt de dag hoopvol en schoon
en blijken mijn euvels plots niet zo erg.


Omdat niets ontbreken mag
en alles om aandacht smacht
graag ook een Dag van de dag
en welja een Dag van de nacht.


Blij zijn met andermans geluk
terwijl het jou niet is gegund
dan besef je wat van je stuk
het leven is vaak kop of munt.


maandag 12 oktober 2020

12 oktober

 











Vier vrouwen gaan op restaurant
venten en zorgen even aan de kant
Ze zijn uitgelaten en netjes opgekleed
laten het hangen, schaamteloos breed.
En terwijl ik hen lachend nakeek
hoe zij een punt zetten achter hun week
denk ik plots aan een vrouw uit een andere tijd
mijn grootmoeder nooit uitgelaten, voor eeuwig kwijt.
Ik zoek en zoek maar vind ze niet
een vriendin die haar eens lachen liet
of die haar wegtrok bij huis en haard
gewoon voor een koffie en stukje taart.
In mijn herinnering verliet ze nooit het huis
Ze zorgde, zweeg en deed de grote kuis
Nooit was ze voor eigen plezier opgemaakt
Hoe is ze zo een heel leven doorgeraakt?
Hoe weinig weet ik van die vrouw
Hoe weinig van de emotionele kou
waarin haar leven zich heeft afgespeeld?
Hopelijk heeft ze meer dan ik wist gedeeld.



Tussen twee rekken van de Colruyt nemen we even de tijd om de tijd te bespreken. Wat die allemaal doet met ons kinderen. Hoe hij onze meisjes weggomt en er pubers van maakt die de tijd van hun leven zouden moeten hebben. Misschien hebben ze dat ook, maar ziet dat er in deze tijd gewoon anders uit dan in de onze. Want het valt niet te ontkennen, diezelfde tijd verandert ons ook in oude zakken onderweg naar ongemakken. Maar toch doen we het. Ontkennen. De tijd krast haar lessen in onze huid, verkleurt onze haren en helpt de zwaartekracht een handje. Maar ons zelfbeeld blijft er een van jongentjes die nog alles kunnen. We praten over lopen over berg en dal. Over onszelf voorbijlopen in altijd weer dezelfde val. Te veel willen in te weinig tijd. Alsof we maar niet willen begrijpen dat als wij hollen de tijd dat ook doet en dat als wij wandelen de tijd ook zijn rust hervindt. De tijd is een schaduw. We praten over literatuur. Die tijdreismachine. Over hoe de woorden van Bernard Dewulf de hectiek uit ons denken halen. We praten over de tijd waarin we leven en wat voor land en wereld we aan onze kinderen zitten te geven. We praten een halve voormiddag zoet. Tussen twee rekken in de Colruyt. Tot de tijd plots op is. We spreken nog gauw over toekomende tijd. Ergens tussen pot en pint. Waarvan we beide weten dat die er niet zal komen. Geen tijd. Aan de kassa denk ik aan al die mensen, vrienden, familie, voormalige buren waarmee ik tijd wil delen en amper of nooit doe. Tijd is het kostbaarste geschenk om te geven en toch vergooi ik hem een wegwerpmaatschappij waardig. Soms kiest de tijd gelukkig voor mij en vandaag achtte hij de tijd rijp voor een fijn gesprek op een onverwachte plek. Misschien is dat het maximum in deze fase van mijn leven. En dan leg ik me daar bij neer. Voor een tijdje.
















De herfst is een barokke schilder
met een weelderig penseel
en al lijkt het licht wat milder
van al die kleuren kijk ik scheel.



















Was
het verkiezen
van de president
een Amerikaanse prent,
het ware louter wachten
op een happy end.
Maar nu
misbruiken er twee
het eerste amendement,
noemen elkaar incompetent
en in het ergste geval
wint de vent.