Verrek, klaagden mijn leerlingen,
waarom zijn verrokken en kloegen
geen standaardtaal?
Ik vond het tof dat ze dat vroegen
maar heb het antwoord toch maar gerokken
ik bedoel gerekt (bijna mezelf genekt)
tot aan het belsignaal
terwijl ik hen ijdel
zweerde, zwoer, zwoor
Hier komen we zeker
nog op terug, hoor.
De audiocasette is weer hip. Nu ja, laat die weer maar vallen. In de analoge jaren van mijn leven was de casette vooral een bron van gefoeter en geploeter. De recorder ging al eens door het lint. Sommige nummers zitten voor eeuwig halverwege afgebroken in mijn geheugen. Of kregen een slepende versie als er rek op het lint kwam. En toch verdient dit kleinood een ode. Een ode aan de imperfectie. Een ode aan het ongemak. Het was tijdrovend genot om je eigen soundtrack bij je jeugd samen te stellen. Elk nummer dat de casette haalde, had dat verdiend. Had jou eerst veroverd. Met de traagheid waarmee een casette tot stand kwam, sloop er ook liefde in dat rare dingetje met twee ogen. Minutieus zocht ik dan ook nummers uit om meisjesharten te veroveren. Hoeveel heb ik er geschonken in de hoop dat iemand even diep wegzonk in de muziek als ik. De onwrikbaarheid van het medium zorgde ervoor dat ik de eerste noten van een volgend nummer al kon horen terwijl het vorige nog speelde. De herhaling maakte dat nummers de kans kregen om onder mijn huid te kruipen. Levenslang. En op het einde was er dan een doffe, droge klik. Ofwel sliep ik dan ofwel draaide ik de cassette om. Opnieuw en opnieuw. Het verlangen naar herhaling van zelfgekozen schoonheid en zijn beperkingen maken de cassette hip. Het leven is geen shuffle. Het is herhaling en op het einde een droge, korte klik.
Drie jaar geleden
was ik boos
en machteloos
omdat kanker
ook jouw lichaam koos
om te groeien
en te snoeien in
het geluk en het leven
dat je eindelijk was gegeven
na jaren van wroeten en moeten.
Drie jaar geleden
is het dat ik hoopte
tegen beter weten in
dat hoewel iets jou
van binnenuit sloopte
dat dit geen einde zou zijn
maar een nieuw begin
waar verdriet en pijn
zouden gevolgd worden
door een louterende zin.
Nu drie jaar later
zoek ik jou in zonlicht
en zwijgzaam water
in alle schoonheid die
mij omgeeft en
in wat van jou in mij
en mijn kinderen voorleeft.
Nu drie later
staat er ergens
op een pot in een nis
jouw naam en mijn gemis
en voel ik me moederzieler
alleen dan ooit
alsof sinds jij verdween
mijn blik zich onherroepelijk
naar binnen plooit.
Ik werd week
in zeven dagen.
Zeven nachten
was ik van streek.
Maar toen bleek
dat de tijd me altijd
hetzelfde zou vragen,
heb ik me
diep beschaamd
tot verduring
aangemaand.
Wat een lichte dag vandaag
herfst met een zomerlaag
overal blauw en koolzaadgeel
rijstpaplust en een vleug kaneel
blote vrouwenkuiten op de fiets
we draalden buiten, moesten niets
Ellende was er ook in alle streken
maar daar heb ik bewust
eens naast gekeken.
Machteloos boos
Plots is daar weer het huilen
ben jij moeder en ik het kind
dat in jouw armen wil schuilen
tot het daar vertroosting vindt
Maar je kan mij niet beschermen
tegen het onheil dat ons bedreigt
Wie moet zich over wie ontfermen
nu het geluk in alle talen zwijgt
Het verleden hebben we overleefd
niet ongeschonden maar vol hoop
dat wie het beste van zichzelf geeft
ooit meester wordt van zijn levensloop
Maar het noodlot slaat zijn gaten
maakt ons tot vogels voor de kat
dwingt ons de illusie los te laten
dat we het ergste al hebben gehad
Ik wil een man zijn die kan dragen
wat onvermijdelijk te wachten ligt
om wiens armen jij nu mag vragen
terwijl jij moedig jouw strijd verricht
Geen opmerkingen:
Een reactie posten