Vier vrouwen gaan op restaurant
venten en zorgen even aan de kant
Ze zijn uitgelaten en netjes opgekleed
laten het hangen, schaamteloos breed.
En terwijl ik hen lachend nakeek
hoe zij een punt zetten achter hun week
denk ik plots aan een vrouw uit een andere tijd
mijn grootmoeder nooit uitgelaten, voor eeuwig kwijt.
Ik zoek en zoek maar vind ze niet
een vriendin die haar eens lachen liet
of die haar wegtrok bij huis en haard
gewoon voor een koffie en stukje taart.
In mijn herinnering verliet ze nooit het huis
Ze zorgde, zweeg en deed de grote kuis
Nooit was ze voor eigen plezier opgemaakt
Hoe is ze zo een heel leven doorgeraakt?
Hoe weinig weet ik van die vrouw
Hoe weinig van de emotionele kou
waarin haar leven zich heeft afgespeeld?
Hopelijk heeft ze meer dan ik wist gedeeld.
Tussen twee rekken van de Colruyt nemen we even de tijd om de tijd te bespreken. Wat die allemaal doet met ons kinderen. Hoe hij onze meisjes weggomt en er pubers van maakt die de tijd van hun leven zouden moeten hebben. Misschien hebben ze dat ook, maar ziet dat er in deze tijd gewoon anders uit dan in de onze. Want het valt niet te ontkennen, diezelfde tijd verandert ons ook in oude zakken onderweg naar ongemakken. Maar toch doen we het. Ontkennen. De tijd krast haar lessen in onze huid, verkleurt onze haren en helpt de zwaartekracht een handje. Maar ons zelfbeeld blijft er een van jongentjes die nog alles kunnen. We praten over lopen over berg en dal. Over onszelf voorbijlopen in altijd weer dezelfde val. Te veel willen in te weinig tijd. Alsof we maar niet willen begrijpen dat als wij hollen de tijd dat ook doet en dat als wij wandelen de tijd ook zijn rust hervindt. De tijd is een schaduw. We praten over literatuur. Die tijdreismachine. Over hoe de woorden van Bernard Dewulf de hectiek uit ons denken halen. We praten over de tijd waarin we leven en wat voor land en wereld we aan onze kinderen zitten te geven. We praten een halve voormiddag zoet. Tussen twee rekken in de Colruyt. Tot de tijd plots op is. We spreken nog gauw over toekomende tijd. Ergens tussen pot en pint. Waarvan we beide weten dat die er niet zal komen. Geen tijd. Aan de kassa denk ik aan al die mensen, vrienden, familie, voormalige buren waarmee ik tijd wil delen en amper of nooit doe. Tijd is het kostbaarste geschenk om te geven en toch vergooi ik hem een wegwerpmaatschappij waardig. Soms kiest de tijd gelukkig voor mij en vandaag achtte hij de tijd rijp voor een fijn gesprek op een onverwachte plek. Misschien is dat het maximum in deze fase van mijn leven. En dan leg ik me daar bij neer. Voor een tijdje.
De herfst is een barokke schilder
met een weelderig penseel
en al lijkt het licht wat milder
van al die kleuren kijk ik scheel.
Was
het verkiezen
van de president
een Amerikaanse prent,
het ware louter wachten
op een happy end.
Maar nu
misbruiken er twee
het eerste amendement,
noemen elkaar incompetent
en in het ergste geval
wint de vent.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten