zondag 11 oktober 2020

11 oktober

 

























De zon heeft een beter dagje en zet het park van Tervuren in lichterlaaie. Twee vrouwen verstrengeld tot een armenaccolade laten zich de vitaminekuur welgevallen en staan verstild in het namiddaglicht te genieten. Ik glimlach het stilleven toe en krijg spontaan eentje in ruil. Van de oudste. Mijn fiets passeert hen moeiteloos maar mijn gedachten blijven de verdere terugweg huiswaarts hangen aan de opgekrulde mondhoeken van de vrouw. Een moeder. Die tijd deelt met haar dochter. Die samen met haar de stilte koestert om zo de gulheid van de afscheidnemende natuur beter in zich te kunnen laten doordringen. Een moeder die weet dat seizoenen zich wel herhalen maar niet op je wachten. Mijn moeder en ik hebben daar nooit zo gestaan. En zullen er nooit zo staan. We hebben te lang gewacht. We hebben de seizoen laten verglijden zonder ze samen van ons bezit te laten nemen. Nu is het voor haar altijd winter. En voor mij vaak vier seizoenen in één dag. Ver weg heeft een vakantieland beslist een buurland binnen te vallen en de stilte aan flarden te schieten. Moeders haken er hun armen in zonen en dochters. Vluchten. Zetten hun leven stil en trachten te overleven. Ik hoop dat de vrouwen in het park beseffen hoe normaal en tegelijk uitzonderlijk het is wat ze daar delen. Ik zie in gedachten haar glimlach weer en dit keer ben ik het die hem beantwoord. Ze weet het. Moeders weten.










De maan
maande
de zon aan
niet in
haar baan
te gaan staan.
De zon
vond dat zonde
en zon op een idee
om ermee om te gaan.
Sindsdien
maant de zon
als ze elkaar kruisen gaan
de maan tot zonnen aan
en daarmee lijkt het probleem
voorlopig van de baan.


Grootvader
Op de bank
van vermolmd hout
aanschouwt hij
de winterbedden
met geknakte prei,
de uitdroogde uienrij
al lang niet meer te redden
Op de bank
langs het tuinpad
bad hij ooit
dat het zaad zo
teder gestrooid
ontluiken zou
in tuin en vrouw.
Hij vond zijn beden
ongehoord verhoord.
Op de bank
werd gelachen.
Gehuild. In de armen
van vader geschuild.
Woorden gewisseld.
Verzwegen. Gezwegen.
Plannen bedisseld
voor de zonneschijn
na de regen.
Achter de bank
de serre met tomaten
waar we de tijd vergaten
lezend in de najaarszon
of onze eigen
verveling maten
aan het druppelen
in de regenton
terwijl hij zoveel
lamlendigheid
niet begrijpen kon
Op de bank
van vermolmd hout
aanschouwt hij nu
de winterbedden
met geknakte prei
en wacht
op het vallen
van de duiven
de avond
het laatste gordijn
dat toe begint te schuiven
Hij wacht en verlangt
terug bij haar te kunnen zijn.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten