Toen de leerkracht me vroeg
een wiskundig raadsel te ontcijferen,
schrapte ik netjes alle getallen.
Maar daarna kwam een nul
alsnog de pret vergallen.
De ochtend hult zich nog in het duister als ik richting badkamer strompel. Lichte voetjes trippelen de trap af en komen op de mijne staan. Een hoofdje kroelt zich tegen mijn buik terwijl twee armen mij in een stevige greep nemen. Van mij mag Doornroosje zich nu prikken zodat we zo voor 100 jaar verstillen. In haar hoofdje zitten er vlinders. Gedachten vol verlangens die alle richtingen uitfladderen. Het bos trekt haar en de belofte van een heerlijke week tussen klasgenootjes en leerkrachten die nog goden zijn. Een week weg van huis. Haar armen knijpen wat ze nodig heeft uit mij. Liefde om vleugels mee te maken om uit te vliegen. Moed om de moeilijke momenten te overwinnen als het feestgedruis, dat haar leven nog is, even gaat liggen. Mijn zegen om ten allen tijde zichzelf te mogen zijn. Zachtjes mompelt ze tegen mijn buik dat ze me zal missen. Ik kus haar kruin ten antwoord. Niet half zoveel als ik jou betekent dat. Ik weet dat zij dat weet. Even later zijn haar armen verdwenen, krijgt mijn buik het koud en hoor ik dansende voetjes achter mij wegdeemsteren. Het bos mag zich opmaken voor een elfje. Aards en verheven. Geworteld en met het hoofd in de wolken. In de badkamer was ik de tranen uit mijn ogen. Dauw voor morgen op haar boswandeling.
Ik heb twee handen
eentje om te geven
en een om te nemen
Het leek mij geen schande
om je ziel bloot te geven
aan zij die het goed menen
En dus was er één hand die gaf
en één die vroeg, kleintjes en laf
om gunsten voor mijn streven
iets kleins, liefs, mij om het even
Ik heb twee handen
een die voluit gaf
en een die minder kreeg.
Beide handen
zijn nu leeg.
Hij had het helemaal verkorven
en zoals verwacht ferm verbruid.
Maar ja, gratie zo snel verworven
ben je als de wiedeweerga weer uit.
HET VERBRUID HEBBEN
er zelfs op je trouwdag in geslaagd zijn je vrouw te ontgoochelen


Geen opmerkingen:
Een reactie posten