zaterdag 28 maart 2020

29 maart

Ik wist niet wat ik zei
Maar ik wist wel waarom
Het kwam van diep in mij
maar voor jou was het dom
Ik zei dat jij mocht gaan
Dat meer lijden niet hoeft
Dat je alles al hebt gedaan.
En toen zweeg jij bedroefd.
Tot: Je weet niet wat je zegt
uiteindelijk de stilte doorbrak
Ik kreeg het je nooit uitgelegd
Er was geen plaats voor zwak.


Waar een wil is is een weg,
is wel een probleem als ik hem weg wil.

Als ze in haar herfsthumeur is
neemt ze geen blad voor de mond
boomt ze door tot aan de duisternis
maar is daarna mentaal weer gezond.


Mijn zoon en ik, wij dansen
om ter gekst maar in de maat
Wij zijn als Janssen en Jansen
slapstick die in de diepte gaat.

Soms kan ik mezelf missen
spalt ik vol misbaar in twee
als branding in ‘t ongewisse
behoor ik 't strand of de zee

Kijk zoon,
De aarde is rond
maar niet helemaal
De mensen zijn goed
maar niet allemaal
De wereld is wonderlijk
maar oogt vaak banaal
Je hart spreekt tot jou
maar in een andere taal
Ja zoon,
Veel lijkt eerst eenvoudig
maar blijkt dan paradoxaal
Het leven is jammergenoeg
maar ook gelukkig
altijd een ja-maar-verhaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten