"De oude man en de jongen leefden op het ritme van de seizoenen. De oude
man wist dat zijn seizoenen eindig waren. Maar voor de finale winter hem
zou toedekken, wilde hij de jongen inwijden in alles wat hij zelf in
zijn lange leven had geleerd. Hoe het schaap te helpen lammeren en het
lam te voeden met melk in een bierfles met speen als de moeder het
verstoot. Hoe een kip te slachten ondersteboven gebonden aan een tak en
het te pluimen boven dampend heet water. Hoe het varken te
verwerken. De kop te persen. Het gehakt te draaien. Het spek te snijden
met dikke zwoerd. Voor de zondagen. Hij leerde de jongen zaaien en
planten. Oogsten en rooien. De peren plukken en inmaken als zoet
geschenk in het voorjaar. Groenten en vlees in te vriezen in plastieken
zakjes. Voorzien van gescheurde papiertjes met daarop in hanenpoten de
naam van het stukje ingevroren natuur. Snijbonen. Porei. Witte pensen.
Bloedworst. Altijd per twee verpakt. De jongen dronk alles met zijn
honingogen, luisterde met zijn oude geest en verwerkte de wijsheid met
zijn kwikzilveren verstand. Op het einde van de dag wasten ze altijd
samen hun handen in de witte emailen kom. Spoelden het vuil van hun
handen en maakten ze zo klaar voor een nieuwe dag. Moe maar vol droeg de
oude man dan de jongen op handen. Op handen naar de bovenste lade die
de jongen als gegoten leek."
(Deel 3)
"Voor elk van u een gezond
lichaam en een gezonde geest
en wonderlijke nieuwe paden
waar u nog nooit bent geweest."
"Wens iedereen een horizon
niet om domweg te bereiken
Maar als een inspiratiebron
om vertrouwvol naar te reiken."
' Verwensen is niet zo netjes,
maar ver wensen is vaak ook al goed."
"Ik wens je wensjes groot en klein,
en warme, lieve mensjes met wie ze mogelijk zijn.
dinsdag 31 december 2019
zondag 29 december 2019
30 december
"Elke ochtend werd de jongen tevreden wakker in die bovenste lade. Op
zondagen zag hij vandaar in het schemerduister de warme gloed van de
lampen van de houten radio die eerst de lijzige stem erin opwarmden.
Quievrain. Zonnig. Gelost. Chateauroux. Mistig. Wachten. Toonloos
bromde de man de dag op gang. Vanuit de keuken lokte de geur van spek en
eieren hem uit de ladenkast. Op tafel dampte de koffie met cichorei en
de warme chocolademelk. Chocovit. Na het ontbijt trokken de jongen en de
opa dan naar buiten. Staarden uren naar de lucht. En wachtten. Op het
vallen van de duiven. Ondertussen vertelde opa over de oorlog. Over het
vallen van de bommen. En waarom de duif het symbool van de vrede is.
Omdat ze vreugde brengt in haar val."
(Deel 2)
"Onderwijzen is nodig om het ooit te kunnen zijn."
" 2018 is geen jaar dat komen gaat
maar een dat helaas komen moet
dat me noodlottig te wachten staat
en alles zal veranderen. Voorgoed."
(Deel 2)
"Onderwijzen is nodig om het ooit te kunnen zijn."
" 2018 is geen jaar dat komen gaat
maar een dat helaas komen moet
dat me noodlottig te wachten staat
en alles zal veranderen. Voorgoed."
29 december
"Er was eens een jongen. Met krullen. En sproeten. Een hart van peperkoek
en honingglans in de ogen. Zijn geest was oud en zijn verstand van
kwikzilver. Hij bestond zonder vader. Zonder een moeder. Maar met een
opa die hem op handen droeg. Door de kamers van zijn oude huis. Ze
staarden dan samen door de vensters op de wereld en droomden die als in
de boeken van lang gestorven schrijvers. Warm, wijs, kleurrijk en met
happy ends. Op het einde dag belandde de jongen steevast in de bovenste
lade. Van opa. Van opa’s ladenkast. En de jongen wist zich daar
thuis...."
(deel 1)
Pubers moet je wel de les spellen
en vragen bij de les te blijven
als ze plots ouderlijk gezag
met een lange a gaan schrijven.
"Telkens ik moet poetsen,
begin ik bij voorkeur met de plaat."
(deel 1)
Pubers moet je wel de les spellen
en vragen bij de les te blijven
als ze plots ouderlijk gezag
met een lange a gaan schrijven.
"Telkens ik moet poetsen,
begin ik bij voorkeur met de plaat."
zaterdag 28 december 2019
28 december
"Ik verkiezingen om mijn stem aan te besteden."
Aan
de wasdraad
hangt wat was
te drogen
Onze kleerscheuren
en de ongebruikte ellebogen
Onze herinneringen
die de wind zal wiegen
tot ze vervliegen
en wat was
voorgoed zal opdrogen.
Er valt zoveel te missen
Er valt zoveel te missen
kiespijn, de trein en jou
het wachten in coulissen
op al wat nog komen zou
Er valt zoveel te missen
boot, trede, de eerste kus
lot dat anders kon beslissen
de late geboorte van een zus
Er valt zoveel te missen
Mijn vraag, jouw aarzeling
Wierook op begrafenissen
tot een geur vol herinnering
Er valt zoveel te missen
al wat net niet mocht zijn
Je naam in sneeuw pissen
met een blaasje veel te klein
Er valt zoveel te missen
De roos, elke grond en doel
het niets hoeven te beslissen
aloverheersend pubergevoel
Er valt zoveel te missen
de mijmeringen in blauw
die het hart nu mag wissen
behalve mijn gemis naar jou.
Abonneren op:
Posts (Atom)