De zon heeft een beter dagje en zet het park van Tervuren in lichterlaaie. Twee vrouwen verstrengeld tot een armenaccolade laten zich de vitaminekuur welgevallen en staan verstild in het namiddaglicht te genieten. Ik glimlach het stilleven toe en krijg spontaan eentje in ruil. Van de oudste. Mijn fiets passeert hen moeiteloos maar mijn gedachten blijven de verdere terugweg huiswaarts hangen aan de opgekrulde mondhoeken van de vrouw. Een moeder. Die tijd deelt met haar dochter. Die samen met haar de stilte koestert om zo de gulheid van de afscheidnemende natuur beter in zich te kunnen laten doordringen. Een moeder die weet dat seizoenen zich wel herhalen maar niet op je wachten. Mijn moeder en ik hebben daar nooit zo gestaan. En zullen er nooit zo staan. We hebben te lang gewacht. We hebben de seizoen laten verglijden zonder ze samen van ons bezit te laten nemen. Nu is het voor haar altijd winter. En voor mij vaak vier seizoenen in één dag. Ver weg heeft een vakantieland beslist een buurland binnen te vallen en de stilte aan flarden te schieten. Moeders haken er hun armen in zonen en dochters. Vluchten. Zetten hun leven stil en trachten te overleven. Ik hoop dat de vrouwen in het park beseffen hoe normaal en tegelijk uitzonderlijk het is wat ze daar delen. Ik zie in gedachten haar glimlach weer en dit keer ben ik het die hem beantwoord. Ze weet het. Moeders weten.

