vrijdag 21 februari 2020

21 februari

Zij die om te leven aangewezen zijn op schoenen en merkenkledij, noemen we Carmivoren.

Sommigen kennen vooral de ontstellende trap van vergelijking.

Soms wil ik
naast je komen liggen,
jou die ik node mis
en zeggen:
Voila, 't is klaar.
Goed zoals het geweest is
en vanaf nu onveranderbaar.
Maar niet altijd.
Voor die soms
hebben we dus later
nog alle tijd.


 Als je je voorstelt, stel je eigenlijk voor dat de ander zich probeert voor te stellen dat je iemand bent die heel wat voorstelt. Stel je echter vast dat je nog niet veel voorstelt, stel dat voortstellen dan best even uit. Het is maar een voorstel, natuurlijk.

Verdaagjaar 2,
maar ik draag
je overal mee.


Een jaar geleden
zei je: Stop. Genoeg.
En kreeg de dood
waarom hij vroeg.

Veel te gauw jou.
Een jaar is stil
voorbij gegleden
Een jaar door
jou onbetreden
en dat jou dag
na dag verder
ten grave droeg.
Veel te rauw rouw.
Een jaar dat je hier
niet meer mocht zijn
tenzij verbonden
met een pijn
van afscheid dat
net dat loslaten bestrijdt.
Het tergend tikken
van ongedeelde tijd.
Veel te lauw jou.
Een jaar van vervagen
tussen overvolle dagen
tot plots je afwezigheid
weer ongenadig naar
boven glijdt en me
wijst op de snelheid
van mijn eigen eindigheid.
Slechts een zucht
waren wij samen
waarin we teveel
als vanzelfsprekend
namen.
Veel te weinig nauw.
Een jaar geleden
zei je: Stop. Genoeg.
Op en moegestreden
en voor eeuwig te vroeg.
Ik mis al
wat niet meer is.
Ik mis jou
en besef nu pas
hoeveel van wat
ik ben en ken
met jou verbonden was.

Jouw strijd is eindelijk gestreden
Het voelt alsof de mijne nu begint
Vaarwel mijn lieve, mooie moeder
Wat was ik al die tijd graag je kind.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten