zaterdag 29 februari 2020

28 februari


Hij vroeg haar ten dans
maar zij kon hem ontspringen
door luid en erg vals
het lied mee te gaan zingen.

Je bent zo lief.
Je bent zo knap.
Je bent zo zoet
als appelsap.

Je bent grappig.
Je bent zo wijs.
Je bent zo lekker
als chocoladeijs.

Je bent als een ster
aan het hemelgewelf.
Je bent altijd en
overal heerlijk jezelf.

Je bent de kers
op iedere taart.
Je bent dit vers
helemaal waard.


Herenigd
in de duisternis
van een duister nis
op een plek waar de zon
zich ooit roos op een beek
te rusten heeft gelegd.

Ik verbeeld me dat er
daar iets wordt gezegd
over het vervlogen leven 
dat door jullie beider 
opgeleefd werd teruggegeven.

Dat jullie - puur voor de vorm-
discussieren wie er wanneer
eens vooraan mag staan. 

Dat jullie aarzelend
de draad weer opnemen
waar de dood hem
lang geleden liet vallen.

Dat jullie er als twee
statige baboesjka's zijn
die zich de eeuwigheid
laten welgevallen.

Ik verbeeld mij
hoe moeder en dochter
nu verenigd voorgoed
elkaar daar liefdevol toefezelen
in de roze avondgloed.


Babybadje
Ik spitter spetter spatter
vrolijk alles rond mij natter
tot alle water is verdwenen
en kippenvel is verschenen
dan huil ik mezelf tranennat
en pruil: ik wil nu uit mijn bad.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten