In de vrolijkheid
van een familiefeest
mis ik jou
eigenlijk nog het meest.
Als je kleinzonen
hun lente vieren
en wij met hen het
eenvoudige goede leven
dan voel ik in mij
het onrecht tieren
dat jou niet meer
tijd werd gegeven
om te genieten van
al wat uit jou is ontstaan
en dat zich nu opmaakt
om nieuwe wegen in te slaan.
In de vrolijkheid
van een familiefeest
galmt nu gemis naar wat
ooit het normaal is geweest.
Al die dwepen
met splitsen
het trekken
van strepen
en elkaar ophitsen,
gebruiken vooral
woorden die je niet
in lettergrepen
kunt splitsen:
zoals volk en eerst
en fuck en haat
omdat al wat splitsbaar is
hen angstig achterlaat.
Gewoon zwart en wit
en nooit grijs dat daar
als twij-fel tussen zit.
De storm (2)
De man ontdoet
zich van zijn laarzen,
ontsteekt kaarsen en
luistert. Iets huist er
in zijn borst en wil eruit.
Voorlopig gelukkig nog
zonder geluid. Buiten wacht
een jong meisje op
de genadige regen
als de zegen Gods
wanneer plots de lucht kraakt
en een wolk breekt. Het meisje
smaakt het genot te worden
doorweekt en overspoeld
door overvloed die enkel
voor haar lijkt bedoelt.
Ze likt de druppels
van haar lippen, laat haar
voeten uit haar schoenen
glippen en danst. Walst
van plas tot plas en beseft
veel te laat pas hoe het
genot haar blik op de
zaak vervalst. De hele
hemel lijkt nu te breken,
vult de beken tot
het water hen aan de
lippen staat en extase
bij het meisje in angst
omslaat. Ze huilt en rent,
neemt een weg die ze niet kent
in de hoop dat daar de
redding schuilt. Verderop
is de man achter zijn
raam recht gaan staan
en voelt: er komt, alweer,
een meisje aan. In zijn borst
breekt uit zijn hart vanonder
een korst een oude pijn naar
buiten. Een pijn die zich op
laat sluiten tot een meisje om
hulp vraagt en zo de oude
wonde weer open knaagt.
Bij de volgende bliksemschicht
trekt een grimas over zijn
aangezicht en zucht hij zacht:
Ik wil dat dit voor altijd stopt.
Hij wacht en wacht.
Dan wordt onder hem
op de deur geklopt.

Typisch: Telkens ik een gaatje heb, heeft mijn tandarts er net geen.
Het wrede bij vrede is dat het zelden leidt tot een leger leger.
Taaldiscriminatie: een West-Vlaming is hooguit zijn gewicht in hout waard.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten