woensdag 3 juni 2020

4 juni

Mijn schat en ik hadden
woorden over de vraag
of het belang van woordenschat
wordt over- of onderschat.
Zij zei: “Ik denk over, maar pak
mij niet op mijn woorden, schat!”


Zij ziet het groot
en ik graag klein.
Noemt zij iets rood
vind ik het ambrozijn.
Zij wil nooit dood
maar ik nooit pijn.
Wij kunnen echt heel
goed tegenstrijdig zijn.


Ik zoek iets licht
een teder tegenwicht
nu zwaar en zwart
zoveel ten gronde richt
Een beeld dat verbeeldt
dat het wel degelijk scheelt
als je de wereld niet in zwart-wit
maar open met elkander deelt.
Een gedachte bij machte
de angst en onmacht te verzachten
van hen die vrezen dat ons nu
de zondvloed staat te wachten
Of een woord nog ongehoord
dat elk van ons stilletjes aanspoort
om weer vol vertrouwen te zijn
dat de toekomst ons allen toebehoort.
Maar al wat ik vind is de wind
die altijd veranderlijk gezind
plots nog eens een zwaluw draagt
en ik lach de lichte lach van een kind.



De vogels zijn onrustig
Er hangt iets in de lucht
De hitte trilt wellustig
De aarde kreunt en zucht
Onder reikhalzende bomen
liggen koeien zij aan zij
Herkauwen er hun dromen
van een minder gele wei
De beken lopen leeg
gooien vissen op het droge
De zomer speelt strateeg
met ontluistering voor ogen
Je lichaam glimt en glanst
van zonnemelk en zweet
Achter wimpers verschanst
zit iets dat overgave heet
Je huid dorst naar water
zoals ik dorst naar jou
En een wolkbreukje later
ben je mijn gelaafde vrouw.


De liefde maakt wijs maar er valt niet wijs uit te raken.

Mijn droomjob: taalbadmeester


Geen opmerkingen:

Een reactie posten