De herfst heeft me nooit gelegen
korte dagen en zoveel regen
waar ik mij dan door moet jagen
als een hond net straf gekregen
En de winter
slaat haar wonden, ontbindt
haar duivels onomwonden
tot de lente wint aan kracht
als voorspel
van waar ik op wacht
Refr:
De wind waait de hemel schoon
Het kind voert nu de boventoon
in mij
Want de zomer zaait op fluistertoon
zijn zomaar tot iets doodgewoon
in mij

Decolletés zijn uitnodigingen waar je uit beleefdheid niet al te diep op wil in gaan maar waar je toch telkens met de ogen wijd open weer intuimelt.
Onwelvoegelijk versje
Een corpulente copuleerder
verwerd tot schuinsmarcheerder
toen hij op een nacht bij erge kou
bezit wou nemen van zijn vrouw
maar door zijn exuberante buik
eindigde in haar warmwaterkruik.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten