Brieven aan K.
Het moet ergens eind jaren tachtig zijn geweest. De grijze grauwheid waarin de heer Martens ons terug in Romeinse cijfers wilde doen tellen en zelfs James Bond de Koude oorlog niet meer verdroeg. Kleurloos want VTM bestond nog niet. De hippies van weleer waren allang vleugellam geslagen en zaten er in gedachten bij als met olie besmeurde meeuwen. De muziek was ziek en wordt sindsdien elektronisch in leven gehouden. De meisjes waren vergeten dat ze wezens met eigen accenten waren en jongens schreven hun eindwerk over mei 68. Nu ja, ik toch. Mijn drang naar escapisme is toen genetisch vastgelegd. Uitdrukkingen als een vreemde eend in de bijt, schreef ik op mijn lijf en natuurlijk Weg met de raketten op mijn pennenzak. Het eerste is gelogen en het tweede deed ik vanwege de perceptie. Want perceptie is alles. En niet de economie zoals die Bill zei die er waarschijnlijk nooit een heeft moeten betalen. In die tijd was ik ervan overtuigd dat ik in alles goed was en in niets echt. Dertig jaar later is dat zowat de enige overtuiging die overeind is gebleven. Niet dat het daarom meer waar zou zijn. Maar in tijden van fake news doet dat er ook niet echt toe. Maar aan het einde van die droevige decade stond ik dus aan het begin van de weg richting volwassenheid. Ik hield meer van Charlie Chaplin dan van Aliens, dus de toekomst was bezwaarlijk mijn kopje thee. Een mens moet gewoon wachten en dan wordt die toekomst vanzelf verleden en kan je ernaar terugverlangen. Of vergeten. Ik heb beide gedaan. Veel vergeten vooral. Maar nooit die film eind jaren tachtig die me eerst deed dromen van kunst. En daarna van bevlogenheid. Om me uiteindelijk heel lang achter te laten met poëzie. Ik dichtte de dagen zonder mezelf af te vragen wat er met de bevlogenheid was gebeurd. Maar sinds kort hoop ik dat ik gauw weer in de spiegel zie dat er niets mooiers is dan de bevlogenheid van Dead poets society.
De begroting is op orde. Zoals een huishouden. Veel weggepropt in kasten in de hoop dat het nooit lijken zullen worden die de neiging ontwikkelen er ongepast weer uit te vallen. Jobs, jobs, jobs. Een mantra. Maar met mantra's voed je de aarde niet die ons moet voeden. Alleen de illusie van beheersing. Maar de achterliggende agenda's zijn ingevuld en het land van morgen wenkt. Met frietjes, bier en beats. Met een zonnebril op regent het zonnestralen. Aan u om hem te dragen of te zagen. In mijn huishouden doen de kasten hun werk en ik heel af en toe het mijne. Zo kruip ik door de velux richting dakgoot waar achter de rand de diepte wenkt. Als een lorelei die zoetjes zoemt dat het in haar armen beter toeven is. Ik klamp me vast aan dakpannen die ontwikkeld zijn om water van te laten glijden en samen met mijn angst, maak ik de richel modder- en naaldenvrij. In de tuin zitten vrouw en kinderen. Eten een ijsje. Likken het leven. Verkrampt wurm ik mij in omgekeerde richting door de velux en blijf er even hangen. Als een slappe handdoek te drogen. Held van de hoogte zal niet meer voor dit leven zijn, maar het huis is klaar voor de najaarstormen. Hopelijk hebben onze stemkannonnen ook hun dakgoot op orde.
Elke avond denk ik voor het slapen
waarom doet de hele wereld dat nu niet
nee,die blijft maar liggen op apegapen
uit hoeveel dromen ik ook wakker schiet
De katharen waren een smet op de pauselijke zetel in Rome. Nu ja, op mijn zetel vind ik ze ook niet leuk.
Veel weten maakt mij wijzer,
teveel alleen maar van de wijs.
teveel alleen maar van de wijs.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten