Woorden vallen
tussen woorden die
niemand kwetsten
en woorden die moeten
verhullen dat iemand
gekwetst is.
Ik hou me vast
aan de schaduwen
van vrouwentongen
op het gordijn
en overgiet de
rijsttaart zonder
gouden lepeltjes
met lauw bier.
Er wordt gelachen
om vervlogen terwijl
een schep aarde
ergens ver weg
op een graf ploft
dat mij al volledig
toegedekt leek.
Ik vind woorden
die de mijne niet zijn
en schenk ze toch
uit liefde hoewel
het net de liefde was
die kwetste.
Op hun best
zijn woorden
handen die reiken
een uitnodiging
om samen voorbij
het banale te kijken
Op zoek naar wat bindt
en naar waar de weg
van jij en ik
naar ons begint.
Sommige mensen werken zelfs als ze betogen keihard.
Op mijn zenuwen.
Op mijn zenuwen.
In de ogen van de ander
zoek ik ijdel wie ik ben
Ik pas me aan en verander
tot ik me niet meer herken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten