"De tijd verstreek. Traag maar onherroepelijk. De jongen stond op het
punt door te schieten zoals kolen in een winterbed. Langzaam dreigde hij
uit de bovenste lade te groeien. Werd hij te groot om door opa op
handen gedragen te worden. De wijde wereld wenkte. Ook dan zou de oude
man hem blijven dragen. In zijn hart. Maar hij zou ook kunnen loslaten.
Hij had hem alles geleerd wat hijzelf aan kennis en ambacht had
verworven tijdens zijn lange leven. De jongen wist hoe de mortel te
mengen en de grond te verbouwen. Hoe hout 5 keer warmte kon geven. Hoe
je de wolken moest lezen en de wegen van het water. Het belang van goede
aarding. Voor jezelf als mens en als je elektriciteit legt. Hij stak nu
op vrijdag de oude stoof aan en bakte erboven de bakharing terwijl
buiten op de vensterbank de pudding afkoelde. Hij kende alle verhalen
die opa had verteld over de beschaving die altijd om bijschaving zou
blijven vragen. Hij begreep het slingerend pad dat de mensheid had
afgelegd en hoe wijsheid en domheid elkaar aanvielen met nooit een
eindwinnaar. De oude man was klaar met geven. Zichzelf doorgeven. De
jongen leek klaar om uit de bovenste lade te barsten. Leek."
(Deel 4)
" Niet te lang meer
en als het kan zonder pijn.
Nooit gedacht dat zoiets
een nieuwsjaarswens
kon zijn."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten