"De oude man wou de jongen nog één ding meegeven. Een inzicht. Een
geschenk. Het sluitstuk. Gezeten aan de keukentafel schoof de opa zijn
kleinzoon een blad papier toe. Wit. Maagdelijk. Zijn handen trilden
onder het gewicht van het moment. De jongen keek hem van onder zijn
krullen vragend aan. “Dit”, sprak opa, “is wat ik jou wil nalaten. Lang
geleden heb ik me in de oorlogsmodder staande weten houden met slechts
één doel voor ogen: De wereld beter nalaten
dan toen ik erop kwam. Voor jou. Met zijn allen hebben we vrede,
welvaart en vooruitgang tot betekenis gebracht. Hebben we het vuil van
onze handen gewassen. De zwarte rouwrand van het papier geknipt. Dit
witte blad is leeg. Het is nu voor jou. Om het te vullen. In volledige
vrijheid. Alles kan. Alles.” De oude man zijn stem brak even bij het
laatste woord. Alles was bijna gezegd. Zijn leven zou weldra voldaan
zijn. Met hese stem fluisterde hij:” Schrijf maar op wat je worden wil,
mijn jongen.” De oude man sloot de ogen en wachtte gespannen. Op
vervulling. Maar de jongen bewoog niet. Zijn blik vulde zich met het wit
van het blad. Het was alsof van binnenuit een sneeuwlawine over hem
heen gleed en hem levend begroef. Hoe hij zijn geest ook probeerde in
een richting te forceren, de alles van zijn opa sloeg hem lam. De oude
man voelde de stilte koud worden en opende angstig de ogen. Het lege
witte blad sloeg hem vol in het gezicht. Tocht drong zijn lichaam
binnen. Hij zag hoe bij zijn jongen de honing uit zijn ogen liep en een
dorre leegte achterliet. Ze zwegen.
Die avond droeg de oude man de
jongen nog steeds op handen. Maar alles woog hem zwaar. Hij schuifelde
traag naar de ladenkast. Verstrooid. Verbrokkeld. Verloren. Zijn loden
armen vochten tegen de zwaartekracht van zijn verdriet, maar hij kon de
jongen niet hoger tillen dan onderste lade. De jongen trok er zich diep
in terug. Hij voelde zijn peperkoeken hart verkruimelen."
(Deel 5)
"Sla soms je armen
eens om je heen
en geef jezelf dan
schouderklopjes.
Zo kan je je warmen
in tijden van alleen
en dan ben je zo
weer in je nopjes."
"De eerste leerling die nog Nederlans schrijft die prik ik ermee in zijn of haar billen!"
"Onberoerd. Niet aangeslagen.
Toetsen dragen een stilleven.
Winterlicht kust korte dagen.
De muze rijpt liever nog even."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten